Rosa Groen
docent, onderzoeker, journalist
Recente Tweets
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Laatste artikelen

Afgezien van alle poep- en plasgrapjes van onze zoon krijgen we nu ook anekdotes te horen over zaken die - tot zijn grote hilariteit - 'opsekop' zijn. Die beginnen meestal met 'Weet je wat ik in Artis gezien heb?'. Dan komen ze langs: 'een jaguar opsekop!'. Een giraffe, een olifant, pappa, een boom en nog meer dingen die hij voorbij ziet komen, zijn allemaal opsekop. 

Ook heeft hij het vaak over hoe lief hij ons vindt. Een veel gehoorde uitspraak: 'Mamma, ik vind je zó lief dat ik bijna omval!' en dan maakt hij een omvallend geluid, of stort hij tegen me aan. 

Er zijn bovendien steeds betere gesprekken met hem te voeren. Hij vraagt bijvoorbeeld, als ik vertel dat ik studenten ga lesgeven: 'Wat leren ze dan?' Of hij vraagt aan zijn oom, na wat opmerkingen over zijn werk: 'Oh ja?' en 'Ben je goed?' Hoe geïnteresseerd voor een mannetje van drieëneenhalf. Laatst vroeg hij aan zijn pappa: 'Hoe ziet een bekeuring eruit?' Wat een goede vraag! 

Zijn zusje P. zegt nog niet zo veel, behalve 'babba' of 'pappa', maar zij is ook nog maar 11 maanden. 

Tot zover!  

Reacties

Den Haag innoveert. Den Haag leert. Terwijl zoveel nieuwe ontwikkelingen gaande zijn in de internationale Hofstad, kijkt De Haagse Hogeschool misschien nog te veel naar binnen.

Gemeente Den Haag richt zich met het project Programma Internationaal op innovatie op het gebied van vrede en recht. De van oudsher Legal Capital of the World profileert zich als ontmoetingsplaats voor mondiale vraagstukken. Dit doet zij door een sterkere economische positie in te nemen, meer kennis en innovatie onderdak te bieden en beter cross-overs te clusteren en faciliteren.

De afgelopen jaren is Den Haag op dit gebied succesvol. De NAVO heeft het nieuwe NCIA geopend op de Oude Waalsdorperweg, ook wel ‘de Appstore van de NAVO’, Universiteit Leiden heeft het Centre 4 Innovation opgericht in het nieuwe Wijnhavengebouw op de Turfmarkt, UN OCHA start deze maand nog met zijn Centrum voor Humanitaire Data: een initiatief waardoor mensen in noodsituaties beter toegang hebben tot belangrijke informatie.

Dan heb ik het nog niet over het Kosovo Tribunaal, ook wel Kosovo Relocated Specialist Judicial Institution,dat in het oude Europolgebouw op de Raamweg komt, de uitbreiding van Europol met 300 medewerkers (en hun gezinnen) op de nieuwe locatie, met als gevolg daarvan een giga uitbreiding van de Europese school. Of wat dacht je van de nieuwe Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP) met het hoofdkwartier op de Koninginnegracht, dat helpt om vermiste personen op te sporen en rechtshulp biedt aan nabestaanden? Het zijn allemaal mijlpalen voor de stad.

Maar, hoor ik u al denken, wat hebben wij hier als Haagse Hogeschool dan aan? Nou, heel veel! Er blijkt in het internationale werkveld een gebrek te zijn aan goed geschoold personeel, juist uit het hoger beroepsonderwijs. Denk aan facility managers, technici, administratief- en communicatiepersoneel. Er blijkt uit een gap-analyse van het International Community Platform (ICP) dat tussen de lokale afgestudeerden en het internationale werkveld zich op de een of andere manier een mismatch manifesteert. Groepen communiceren langs elkaar heen.

In oktober 2016 vond op onze technische locatie in Delft de Captains’ Conference plaats, juist om talenten en talentzoekenden elkaar te laten treffen. Dit was een succes; in de Metropool Rotterdam Den Haag zijn allerlei nieuwe contacten gelegd. Echter, er gebeurt  nog te weinig tussen studenten en dit innovatieve werkveld. Er zijn uitzonderingen, maar ik denk dat De Haagse nog veel meer kan doen om die verbinding te maken.

In mei / juni gaan wij met studenten op International Experience trip in Den Haag en bezoeken we een aantal bedrijven en organisaties waar kan worden genetwerkt. Projectonderwijs leent zich uitstekend voor samenwerken of sparren in de nog te plaatsen fysieke ‘hubs’. De gemeente wil overigens ook graag dat het onderwijs meer aansluiting zoekt. Laat studenten een fellowship aanvragen, informeer u en wordt onderdeel van het netwerk van The Hague Humanity Hub! Hier liggen enorme kansen. 

Reacties

Vrouwen onder elkaar zijn misschien hard, maar misschien kunnen mannen iets leren van onze pragmatiek en (zelf)kritiek?

Als ik ’s ochtends onze peuter naar het kinderdagverblijf – met de zeventigerjaren benaming ‘Kresj’ – breng, lijkt het wel alsof de moeders een wedstrijdje doen: wie-het-langst-bij-haar-kind-blijft-om-voor-te-lezen. Ik krijg het gevoel dat ze elkaar, en mij, aankijken met een blik die zegt: ‘Ik ben een hele goeie moeder!’. De vaders zijn na het droppen van hun kroost al gauw weer de deur uit. Wat Jacco van Uden in zijn blog schrijft, is misschien wel waar. Vrouwen kunnen behoorlijk veroordelend zijn naar elkaar.

Ander voorbeeld: laatst kwam er een makelaarsmevrouw in ons huis kijken, nam mij met twee kleine kinderen waar en vroeg, nadat ik desgevraagd uitlegde wat mijn man deed: ‘En, werk jij ook nog?’. Dit was een vraag waar ik even geen antwoord op had. Achteraf wist ik wat ik had moeten zeggen: ‘Eh, ja ik ben de kostwinner’ of ‘als ik niet zou werken, konden we niet in dit huis wonen’ of ‘ja, nog veertig jaar ongeveer’. Maar ik stamelde dat ik twee dagen per week lesgeef en daarnaast een promotieonderzoek doe. De vrouw liet me niet uitpraten.

Er is een cartoon waar een vrouw een man vraagt: ‘Waar denk je nu aan?’, met daaronder de tekst: ‘De grootste angst van een man’ (dan moet je dus iets verzinnen waar je aan dacht!). Waar vrouwen vaak druk zijn in hun hoofd, denken mannen vaak helemaal niets. Leeghoofden zijn het. Een functioneringsgesprek tussen twee mannen zou er als volgt uit kunnen zien:

Werkgever: En, hoe vind je dat je functioneert?
Werknemer: Prima
Werkgever: Mooi
Werknemer: …
Werkgever: Nog bijzonderheden?
Werknemer: Ik wil drie schalen omhoog
Werkgever: Doen we, leg je ons gesprek nog even vast?
Werknemer: Moet ik dat doen?
Werkgever: Ja, roep de volgende maar

Mannen maken er vaak een potje van. Ze zien er niet uit, peuteren in hun neus, laten buikharen uit hun overhemd kruipen, stinken uit hun mond of hebben zweetplekken onder hun oksels. Wordt daar voor de spiegel in het herentoilet over gesproken? Volgens mij niet. Laatst zag ik een pappa rokend telefoneren, terwijl zijn kind in het fietsstoeltje zat te huilen. Geen enkele man in de buurt die er iets van zei. Je hoort wel eens de term loedermoeders, maar zijn dit geen rommelvaders, prutspappa’s? Als er nou eens wat onderlinge kritiek was, dan hoeven vrouwen dat niet ook nog te doen!

Mannen blijven vaker fulltime werken als er kinderen komen, in tegenstelling tot vrouwen die dan liever deeltijd gaan werken. Als het gezin eenmaal is gesticht, schieten ouders vaak in traditionele rolpatronen. Hoe modern ze ook zijn, vrouwen gaan over het algemeen meer aan het huishouden doen, mannen gaan zich juist meer op het werk richten.

Blijkbaar ben ik een uitzondering met mijn voltijdaanstelling en een man die heeft ingeleverd. Andere moeders kijken me daarover nogal eens scheef aan. Als vrouwen elkaar nou eens iets coulanter zouden benaderen, minder veroordelend, elkaar steunend zelfs. Zouden wij misschien iets van vaders onder elkaar kunnen leren?

Reacties

 

Na een vakantie is het altijd even wennen om weer aan het werk te gaan. Vier stappen en dan een grote stap over de waterstrepen richting De Haagse. Met nieuwe schoenen en relaxte pas is het één-twee-drie-vier, Stap-twee-drie-vier.

Als ik hoge schoenen aan heb zijn het vijf stappen tussen de waterstrepen op weg naar De Haagse. Een-twee-drie-vier-vijf en Stap-twee-drie-vier-vijf. Na twee dagen werken in het nieuwe jaar heb ik weer door hoe het loopje gaat.

Glazig
Het is negen uur, dinsdagochtend, voor ons allemaal de eerste les van 2017. Studenten kijken me glazig aan. Studenten dit jaar weer te laten groeien, is één van mijn goede voornemens. Het mooiste van het docentschap is wat mij betreft om te zien hoe studenten zich ontwikkelen.

Maar groeien kan pijn doen. Hard werken is een vereiste om te kunnen groeien en als studenten zich daar niet aan overgeven, wordt het niets met de tentamens en deadlines. Als je studenten wil verleiden zich met hart en ziel aan hun studie te wijden, moet je goed onderwijs geven. Om het onderwijs zo goed mogelijk te kunnen verbeteren, maken we gebruik van evaluaties.

De NSE
Niet alleen de evaluaties van blok 2, maar ook de Nationale Studenten Enquête (NSE) komen eraan. Bovendien evalueren we als docenten ook nog onszelf in de afgelopen onderwijsperiode. Evalueren is goed, maar nemen we wel de goede vervolgstappen? En misschien belangrijker: evalueren we op de goede manier?

We kijken bij de NSE hoeveel studenten er gereageerd hebben. Het lijkt daarbij vooral te gaan om het percentage respons. Als er weinig respons is, zijn de uitkomsten niet representatief of komt de opleiding zelfs helemaal niet op de lijstjes te staan. ‘Kom op studenten, allemaal invullen, het maakt niet uit wat!’, lijkt de boodschap te zijn. Dan kan je namelijk meten wat studenten graag verbeterd willen zien. Faciliteiten, rooster, onderwijs, inhoud, docenten, studielast, vaardigheden en andere aspecten wegen overigens allemaal even zwaar.

Kritiek die bestaat op de NSE is dat de cijfers niet vergelijkbaar zijn, omdat studenten alleen hun eigen onderwijsinstelling beoordelen. Alleen als ze aan meerdere hogescholen of universiteiten hebben gestudeerd zouden beter kunnen vergelijken.

Onvoldoendes
Wat betreft onze eigen evaluaties die studenten aan het einde van ieder blok invullen: docenten die het de studenten niet al te moeilijk maken, worden vaak hoog gewaardeerd, en andersom. Zo had ik vorig jaar bijna een hele eerstejaars klas een onvoldoende op taal gegeven. Vlak daarna kwam de evaluatie en kreeg ik voor het eerst een laag cijfer. Waarom was de waardering laag? De timing van een evaluatie zou wel eens uit kunnen maken voor de uitkomsten.

Een ander punt: moeten we alles wat studenten vinden ook serieus nemen? Als het aan de gemiddelde student ligt, reiken we in hapklare brokjes aan wat ze moeten leren (liefst zonder boek) en tentamineren we alleen wat er op de Powerpoints staat. Ik ben ervoor om goed te luisteren naar studenten en ook om ze te stimuleren om evaluaties in te vullen, maar het is wel belangrijk kritisch met de uitslagen om te gaan. Nogmaals, om te groeien moet er hard gewerkt worden, ook als studenten dit niet leuk vinden. En: een onvoldoende leidt vaak tot een stap voorwaarts in de ontwikkeling. Dat geldt voor studenten, maar ook voor docenten en onderwijsinstellingen.

 






Reacties

Het is een cliché, maar je moet de dingen die je peuter zegt opschrijven. Dat ga ik hieronder snel doen, dus vergeef me het vlugge karakter van dit blog.

Hij heet Japi en vraagt nu (3,3 jaar) veel 'Waarom?'. Niet op de zinnen waar je het verwacht, maar juist op hele normale uitspraken, als 'We gaan nu boodschappen doen'. Verder praat hij sinds twee weken heel netjes, en spreekt hij elke 'n' uit aan het einde van elk woord: 'Wil je met mij dit boek lezennn?', 'Zullenn we voetballenn?', 'Gaann we ontbijtenn?'

Japi heeft ook de neiging om woordgrapjes te maken, die vaak komen van die van zijn vader, zoals 'Joepi! JoePiCi! (UPC)'. Sinds hij Beatlefan is, nu ongeveer een half jaar, komt hij regelmatig met citaten uit liedjes. Als je voorbij loopt en 'Hey' zegt, maakt hij de zin af: 'You got to hide your love away'. Hij zingt ook vaak 'I am the Egg man, I am the Walrus, Koekoekoetjoekoetjoekoetjoetjoe' en 'Help! I need somebody' is zijn favoriet.

Hij heeft ook erg veel interesse in autoriteiten. Los van het schieten dat alleen Lucky Luck en de politie mag doen, volgens hem en zijn vaste oppas Jan, vraagt Japi voortdurend wat de politie ervan zal vinden of zeggen. Niet alleen de politie. Ook Sinterklaas, de Kerstman, de Piloot en Papa. "Wat zegt de politie dan?", "Wat vindt de Kerstman daarvan?" "Wat zegt Sinterklaas dan?" "Wat vindt de Politie? En de Piloot?" Soms is hij zelf even de kerstman.

Verder is hij erg vernuftig en confronterend in zijn taalgebruik. Zegt hij dingen als 'Ik vind O Denneboom lastig', 'Van pappa mag dit niet hè? en 'Mama, heb je te veel gewerkt?', als ik me even niet lekker voel. Ook zag hij laatst aan mij dat ik klaar was met werken. 'Hoe dan?' vroeg ik. 'Aan je hoofd', zei-die. Ik kan nog lang zo doorgaan, maar dit was mijn trigger om weer aan de slag te gaan. Er komt over een paar maanden een update, want zijn taalontwikkeling gaat snel. Ongelofelijk snel. 

Tot dan, of eerder, en een fantastisch 2017 gewenst! 

Japi de kerstman.                                                     Japi en ik.

 

Reacties

Forensen rules

Als forens ben je een paar uur van je werkdag onderweg, overgeleverd aan de grillen van de file of het openbaar vervoer. Eenmaal op de werkplek aangekomen verwacht je dat de reis volbracht is, maar soms lijkt het alsof het snellen de hele dag doorgaat.

“FUUUUUUUUUTTT”. De conducteur blaast op zijn fluit als ik aan kom rennen. Nog net weet ik de trein binnen te springen voordat de deuren dichtgaan. Hijgend ga ik zitten, boven bij het raam in de stiltecoupé. Ja, ik ben een van die zeurpieten die altijd vraagt of mensen stil willen zijn in de stiltecoupé. En ja, ik heb echt last van mensen die niet stil zijn, ook als ik een koptelefoon op heb. Mijn werkdag begint namelijk in de trein.

Als ik na een klein uur werken aankom op Hollands Spoor, loopt de trein leeg richting De Haagse. Ik hoor studentengesprekken om me heen: “Die en die leraar is echt fakking irritant” en “Ik ga wimper extensions laten zetten”, “Wat chill”, “Ja, echt hè”.

Speciale sleutel
In De Haagse gaat het forensen verder. Van mijn laptop naar de werkcomputers, van mijn kamer naar het lokaal, via de beveiliging naar de kolfkamer en daarna de hele route terug. Wij prille moeders moeten vooralsnog altijd langs de receptie om al onze gegevens in te vullen voordat we met een speciale sleutel de kolfkamer in kunnen. Het is om ‘privacy redenen’ niet mogelijk om toegang te krijgen met alleen een campuscard.

Dit leidt tot hilarische, maar ook onhandige situaties als de kamersleutels allemaal al in gebruik zijn: dan moet een kolvende moeder opendoen met alle ongemakken van dien. Na het gebruik van de sleutel dient deze weer te worden afgemeld. Voordat we naar huis vertrekken, begint de gehele santenkraam opnieuw: gegevens opschrijven, sleutel ophalen, gekolfde melk uit de koelkast halen en afmelden.

Computers en printers
Zo gaat het ook ongeveer met de computers in het lokaal en de werkkamer. Aanmelden duurt een kwartier, de PowerPoint openen vijf minuten, om van een online video nog maar te zwijgen. Na een college gegeven te hebben, zijn er vijf minuten nodig om af te melden. Hoe ICT-vaardigwe allemaal ook zijn of willen zijn, de basisbehoeften van docenten, medewerkers en studenten worden in De Haagse niet geheel bediend. Dan heb ik het nog niet eens over de lange en soms vergeefse tocht naar de printers. Als ze weer eens niet werken, moeten alle printopdrachten opnieuw.

Misschien kunnen we er maar beter de humor van inzien. We bedoelen het goed, willen allemaal het beste, maar we werken in een logge organisatie. Zonder regels en procedures kan zo’n grote hogeschool natuurlijk nooit functioneren. Maar waar regels worden opgesteld, leveren die vaak ook onbedoelde hindernissen op.

Na een lange werkdag forens ik weer naar huis. Op de terugweg is de kans op een zitplaats klein, maar als ik die toch gevonden heb, dan ga ik lekker zeuren over stilte in de stiltecoupé. Regels zijn regels.



Reacties

We moeten op De Haagse Hogeschool stoppen met

rendementsdenken. 

Tailor-made programma’s aanbieden werkt beter

voor iedereen. Houd de lat hoog!

Een (te groot) aantal studenten kan in het vierde jaar nog steeds geen rapport in behoorlijk Nederlands schrijven, geen gedegen woordje Engels spreken, laat staan een professioneel advies geven. Dit is een probleem. We moeten bij De Haagse de lat hoog houden en het niet erg vinden dat er in het selectiejaar veel uitval is.

Selectiejaar
In het eerste jaar moet de selectie plaatsvinden en dat gaat niet altijd goed. Het eerste jaar moet moeilijk zijn, een schifting waar geen zwakke broeders tussendoor glippen. Te vaak strijken wij met de hand over het hart en geven die sympathieke student nog een kans. We moeten streng doch rechtvaardig zijn!

Het is noodzaak dat de beste en meest ervaren docenten zich op het eerste jaar richten. Zij die veel ervaring hebben met studenten en van tevoren kunnen zien waar potentie zit, of de student op de goede plek zit en het niveau van de opleiding aankan.

Uitval
Een gevolg van strenge selectie is veel uitval in het eerste jaar. Daar moeten we niet bang voor zijn; als bij onze (Bedrijfskunde MER-)opleiding een goede vijftig procent van de studenten overblijft kan je daarmee verder en lever je betere studenten af. Kwaliteit kost nu eenmaal geld.

We moeten daarom stoppen uitval te zien als het bewijs van laag studiesucces. Een deel van de studenten die uitvallen gaat naar de universiteit na het eerste jaar. Een gebrek aan succes? Een ander deel vindt een baan of een andere studie. Prima toch? We moeten de ernst van uitval niet overdrijven, vindt ook Jan van Zijl, voormalig voorzitter van de MBO-raad.

Doorstroom
Er wordt vaak gewezen naar het lage niveau van de (mbo-)instroom. Echter, dat doet de vaak gemotiveerde mbo’er onvoldoende recht. Er zijn zoveel succesverhalen van mbo’ers die na het hbo doorstuderen of een eigen bedrijf beginnen. Er zijn net zoveel gevallen bekend van havisten die op het hbo weinig uitvoeren en ongemotiveerd rondlopen.

Tailor-made
Met de diversificatie van onze studentenpopulatie moeten we ook meer divers onderwijs aanbieden. De één is slecht in Nederlands of wiskunde maar kan goed samenwerken, de ander heeft precies tegenovergestelde kwaliteiten. Zij kunnen juist van elkaar leren. Bied de één deficiëntieonderwijs aan, liefst verplicht en buiten normale lesuren, coach de ander in samenwerken.

Willen we de lat hoog houden, dan moeten we aansturen op motivatie, hoge eisen blijven stellen en studenten wegsturen als ze het niet aankunnen. Als zij blijven hangen, is dat voor niemand goed. De student die het eigenlijk niet aankan, zal op zijn tenen moeten blijven lopen, trekt het niveau omlaag, waardoor anderen zich gaan vervelen. Kortom: richt de programma’s meer tailor-made in.





Reacties

 

Onderzoek doen gaat niet over rozen. Op de minst optimistische dagen zou je kunnen zeggen dat een onderzoeker zich voortsleept van deadline naar deadline. Een handige tip is om grote klussen op te delen in hapklare brokjes. Zo ontstaan er deadlines, quasi-deadlines en minideadlines.

Wie mij een beetje kent, weet dat ‘deadline’ mijn middelste naam is: Rosa Sara Deadline Groen. Op een willekeurige dag aan de telefoon: ‘Nee ik kan niet want ik heb een deadline’. De ander: ‘Maar jij hebt toch altíjd een deadline?’. Ja, mijn leven wordt al jaren gedomineerd door deadlines. Die houden mij scherp.

Een combinatie van onderzoek en onderwijs is de bron van die vele deadlines. Voor een conferentie in Antwerpen moest deze week een paper ingediend, over een paar weken gaan de tentamens de deur uit, eind november het tweede concepthoofdstuk van mijn dissertatie.

Red de tijd
Van minideadline spring je naar een conceptdeadline, vervolgens naar een deadline waarna echt verder geen leven bestaat. Op de hulp-tool voor het juist besteden van tijd, een programma dat symbolisch RescueTime heet, kom ik citaten erover tegen van beroemde mensen. “It is not enough to be busy… The question is: what are we busy about?” (Henry David Thoreau), "Work is the greatest thing in the world, so we should always save some of it for tomorrow" (Don Herold) en een van mijn favorieten: “I love deadlines. I like the whoosing sound they make as they fly by” (Douglas Adams).

Met een druk op de knop heb ik zulke citaten gedeeld op Twitter, vlak voor de website geblokkeerd wordt door de betaalde versie van RescueTime. Dat programma houdt bij hoe lang je bezig bent in een hoog productieve stand (in Word of andere creërende programma’s), productieve (mail), afleidende (zelf te kiezen websites) of zeer-afleidende (sociale media). Als je op de Get Focused knop drukt en dan blokkeert het voor bepaalde tijd alle super afleidende sites. Voor mij ideaal, al kost het natuurlijk wel weer tijd om alles in te stellen. 

Uitdaging
In de vakantie heb ik doorgewerkt, net als veel van mijn collega’s. Even op de telefoon een potje WordFeud doen of appen in de trein zit er voor mij niet in. Etentjes worden vaak afgezegd en eens per drie weken plan ik een ‘weekend niets’ om bij te komen. (Ovidius zei het al: "Take rest; a field that has rested gives a bountiful crop.") 

Het heeft ook voordelen, zo druk zijn met van alles. Het houdt je van de straat, je hebt voorbeelden ‘uit de praktijk’ die je in de lessen kunt gebruiken en als je eenmaal in de flow zit, merk je dat niet alleen het werk heel intens wordt, maar alle dingen die je doet met een soort super-concentratie gepaard gaan.

Het combineren van onderzoek en onderwijs is en blijft een uitdaging, los van andere dingen die een persoon bezighouden. Naast het indelen van tijd is het cruciaal dat studenten ervan kunnen leren. Mocht je hierin geïnteresseerd zijn, kom naar de ‘XChange’ sessie van Arjan Mulder en ondergetekende, op het Think Festival op De Haagse Hogeschool. Op 3 november, 14 uur in de Pressure Cooker, OV.0.37.

Nog eentje dan: "Time isn't the main thing. It's the only thing." (Miles Davis).



Reacties

In de NRC van 5 augustus klaagde columnist en microbiologe Rosanne Hertzberger over dat 'al dat onderzoek achter een betaalmuur' wordt geplaatst. Ook ik ken de makken daarvan. Mijn recentste artikel kan alleen gelezen worden via Researchgate als je daar met mij bevriend bent, of als je 33 euro betaalt op de website van Taylor & Francis Group. Absurd eigenlijk. Ik ben ook voor online access: transparant maken die wetenschap. 

Anderzijds, als je lid bent van een Universiteitsbibliotheek, als particulier kost dit ongeveer 20 euro per jaar, dan kan je wel alle artikelen lezen in de UB. Je kunt ze daar ook printen. Bij universiteiten en hogescholen hebben de bibliotheken abonnementen en kan je terecht. Nu begrijp ik dat het lastig is als je niet in de buurt woont, maar hee, spring op de fiets of in de auto en maak er een gewoonte van iets in de bieb op te zoeken. Lekker ouderwets. 

Dit brengt mij op het idee om mee te doen aan de 21dagen-niet-klagen-challenge. Ik hoorde erover en zag dit filmpje op YouTube van Will Bowen van de Complaint Free World beweging. Lijkt me een uitdaging. Het schijnt hem 7 maanden gekost te hebben om 21 dagen achter elkaar niet te klagen. Zo moeilijk is het. Je kunt dus wel 'als constatering' zeggen "het regent" maar niet "hè wat vervelend, het regent". Of je kunt zeggen "er zijn veel files vandaag" maar niet "echt irritant, al die files vandaag!".

Ben benieuwd of het lukt. Als je erop gaat letten, valt meteen op hoeveel mensen om je heen klagen. Het heeft vast een functie, maar het mag van mij minder.

Het ga je goed mensen, ik ga weer even iets schrijven wat waarschijnlijk achter een betaalmuur komt. 

Au revoir


Rosa




Reacties

Voor de meesten van jullie, lezers van mijn blog, is de eindejaarssprint begonnen. Nog eventjes en dan begint de vakantie. Voor mij is de vakantie er al, dat wil zeggen, we zijn op vakantie in Frankrijk voor het laatste staartje van mijn bevallingsverlof. Tussen het verschonen van luiers en kindjes voederen door, lezen we. Veel.

Omdat jullie hoofd er waarschijnlijk niet naar staat om boeken uit te zoeken voor de vakantie, hier alvast een paar aanraders om deze zomer mee te nemen. Zelf ben ik met de zwaarste boeken begonnen, om steeds lichtere te lezen en beetje bij beetje meer te ontspannen. Maar je kunt het natuurlijk ook andersom doen: direct in de ontspanningsmodus en dan gaandeweg de kost iets verzwaren. Lees dan in omgekeerde volgorde.

World Order van Henry Kissinger is een aanrader. Voor wie liever Nederlands leest, er is net een goede vertaling uit: Wereldorde. Als voormalig Amerikaans nationaal veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken weet Kissinger als geen ander de machtsbalansen in de wereld te beschrijven. Volgens hem leven we in de post-post-Koude Oorlogstijd, een periode waarin oude mondiale omgangsregels niet meer gelden. Interessant en zeer goed geschreven boek, voor als je meer wilt weten over de uitdagingen waar de huidige wereldpolitiek tegenaan loopt.

Het inmiddels zes jaar oude HhhH – Himmlers hersens heten Heydrich – heb ik in één ruk uitgelezen. Geweldig geschreven, bij vlagen grappig en ontzettend, bizar en adembenemend. De Franse Laurent Binet neemt je mee in zijn zoektocht naar bronnen over de aanslag ‘Operatie Anthropoid’ op Reinhard Heydrich en raakt zo bezeten van zijn zoek- en schrijfproces, dat je als lezer zowel in onze eigen tijd als in die van de Tweede Wereldoorlog leeft. Een must.

Om bij die oorlog te blijven, ben ik nu bezig met Sebastian Faulks’ ‘Waar mijn hart ooit klopte’ - Where my heart used to beat. Lees het in het Engels; ik heb spijt dat ik de Nederlandse vertaling lees. Het gaat over een Britse dokter die een brief krijgt van een oude man die woont op een eiland voor de Franse Rivièra en die meer weet over de oorlogstijd van zijn vader. Het is een ontroerend verhaal van een hartstochtelijke maar schijnbaar onmogelijke liefde. Ik ken de auteur van Birdsong over de Eerste Wereldoorlog, het mooiste boek dat we ooit voor onze Engelse boekenclub lazen. En dat zegt wat: we hebben nu in vijf jaar al 36 Engelse werken verslonden.

A brief history of time van Stephen Hawking, minder zwaar maar wel diep, gaat over grote theorieën over de kosmos van Newton tot Einstein, van de Oerknal tot zwarte gaten. We worden meegenomen door het briljante brein van de auteur. Internationale bestseller. Vervolgens Hamlet, natuurlijk eigenlijk een toneelstuk en verplichte kost voor onze boekenclub, dus die kunnen jullie overslaan. 

Dan nog twee boeken voor een lach en een traan, geheel afgaand op de goede besprekingen en boekverkopers: Jess Walter’s Schitterende Ruïnes over een onverwoestbare liefde. Setting: Italië en Hollywood; 1962 en vijftig jaar later. Als laatste het net verfilmde boek Me before You van Jojo Moyes, Britse journaliste. Het ziet er aan de buitenkant uit als een streekroman, maar het is een waanzinnig ontroerende pageturner. Eerst het boek lezen, dan naar de film.

Inmiddels is mijn man een terugkerende bijenkolonie aan het wegjagen uit een van de raamkozijnen van ons Franse huis. En ik maar mijmeren over gelezen of te lezen boeken. Tijd voor actie dus, veel leesplezier op vakantie straks!

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl